4 min Leestijd

Drugstesten op de werkvloer

Foto door Tiger Lily via Pexels

Dit jaar kwam door een onderzoek van Investico voor o.a. de Groene Amsterdammer en Trouw aan het licht dat er een serieus drugsprobleem is ontstaan onder arbeidsmigranten, voornamelijk met een (Oost-)Europese achtergrond. Het gaat vooral om banen in distributiecentra, waar de werkdruk en quota zo hoog liggen dat werknemers het niet volhouden zonder drugs als speed. Uit één steekproef bleek dat 5% van de werknemers onder invloed was van speed en 6.5% testte positief voor THC, de werkzame stof in wiet. Voor alcohol was dat “slechts” 2.6%. Soms ligt het aantal werknemers onder invloed hoger: tot één op de zeven. In de Groene Amsterdammer waren getuigenissen te lezen als ‘De teamleider staat toe dat mensen drugs gebruiken om sneller te werken’ en ‘De mensen die speed-achtige drugs gebruiken krijgen meer uren. Als ze een taak kregen, hadden ze het binnen tien minuten af, ons kostte het dertig minuten.’. 

Bij dit onderzoek kwamen twee interessante juridische kwesties aan het licht. Het blijkt namelijk dat werkgevers in distributiecentra massaal drugstesten uitvoeren op hun werknemers. Dit is niet kleinschalig: het gaat om tienduizenden werknemers. Maar dit is in strijd met de privacywet: alleen medische instanties en de politie mogen dit soort testen doen. Daarnaast lijkt zulk zwaar en eentonig werk – met klaarblijkelijk geen enkele mogelijkheid tot rust of variatie – in strijd met de arbowet. Hoe zit dit precies?

Het testen van werknemers op drugsgebruik is in principe verboden, het gaat namelijk om medische gegevens die aangemerkt worden als bijzondere persoonsgegevens in de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Art. 9 lid 1 AVG stelt: “Verwerking van genetische gegevens, biometrische gegevens met het oog op de unieke identificatie van een persoon, of gegevens over gezondheid […] zijn verboden.” Dat zijn niet alleen gegevens waarop medisch beroepsgeheim rust, het zijn alle gegevens die gaan over de geestelijke of lichamelijke gezondheid van een persoon. Daarnaast heeft de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) in 2019 een informatieblad gepubliceerd over drugs- en alcoholtesten op de werkvloer: dit mag alleen als er een specifieke wettelijke bepaling voor bestaat, zoals bijvoorbeeld het geval in het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer. 

Wat de distributiecentra doen, mag dus niet. In een bedrijf mag alleen de bedrijfsarts dit soort tests uitvoeren, en dan rust er medisch beroepsgeheim op de uitslag. Onder geen geval is het de bedoeling dat een werkgever drugstesten als deurbeleid voert. 

Daar komt nog bovenop dat het hier vaak gaat om eentonig werk met hoge werkdruk. Wanneer het dan ook nog zo is – of voelt – dat werknemers die drugs gebruiken méér werk krijgen en beloond worden voor hun resultaten, creëert dat een stimulans voor de overige werknemers om ook dit soort gedrag te gaan vertonen. In artikel 2.15 van de Arbowet staat dat “indien werknemers worden of kunnen worden blootgesteld aan psychosociale arbeidsbelasting worden […] de risico’s ten aanzien van psychosociale arbeidsbelasting beoordeeld en worden in het plan van aanpak, met inachtneming van de stand van de wetenschap maatregelen vastgesteld en uitgevoerd om psychosociale arbeidsbelasting te voorkomen of indien dat niet mogelijk is te beperken.” Een werkdruk die zo hoog is dat werknemers zich genoodzaakt voelen drugs te gebruiken, kan zeker aangemerkt worden als psychosociale arbeidsbelasting. De werkgever zou hier dus stappen moeten ondernemen om te zorgen dat zulke werkdruk verandert. 

Naast het feit dat een hoge werkdruk stress veroorzaakt, kan drugsgebruik uiteraard ook leiden tot verslaving. Indien dit tot resultaat heeft dat een werknemer niet meer in staat is zijn werk uit te voeren, kan de uitval van deze medewerker aangemerkt worden als arbeidsongeschiktheid ten gevolge van ziekte. Dat is vooral zo indien de betreffende medewerker moet worden opgenomen of behandeld. In dat geval moet de werkgever loon doorbetalen en is ontslag niet mogelijk. Maar nu wordt de situatie nog wranger: vaak zijn de arbeidsmigranten uitzendkrachten. Wanneer zij dus slachtoffer worden van verslaving, staan ze in de kou óf komt dit voor de rekening van het uitzendbureau. 

Het huidig beleid van de distributiecentra is dus in strijd met zowel de AVG als de Arbowet. Nu moet dus niet alleen het testen stoppen, maar ook de reden dat testen überhaupt nodig is moet snel worden aangepakt. Hopelijk heeft het onderzoek van Investico alarmbellen doen rinkelen. 

22 april 2021 - Arbeidsrecht, Privacyrecht

About Jetse Sprey

Jetse Sprey advocaat

Hij vindt oplossingen in plaats van problemen en is telkens weer in staat om impasses te doorbreken. Hij zegt wat hij ergens van vindt en niet wat hij denkt dat zijn cliënten willen horen.

Hij schrijft scherpe contracten die goed te lezen zijn. Hij heeft veel ervaring met Blockchain en onderneemt daar zelf in. Hij schrijft processtukken en adviezen die overtuigen. Hij weet veel van intellectueel eigendom, privacy en ondernemingsrecht.

Meer over Jetse Sprey