8 min Leestijd

Een noodzakelijke update van het auteurscontract in tijden van AI. Drie tips.

Het AI landschap krijgt langzaam kleur. Details worden ingevuld. Door een staking van de scenaristen in de VS en het daarop volgende compromis, door gesprekken met mediabedrijven in Nederland en door een stroom aan publicaties.

Ik moet soms denken aan een stop-motion opname van een landschap: aan een lege vlakte die onder voorbijschietende wolken snel verandert in een bloemrijke idylle waar de bijtjes zoemen en bonte vlinders ronddwarrelen. Maar de film kan ook anders aflopen: eindigen met de blik op een troosteloze vlakte waarin de poolwind van de AI het laatste leven tot op het bot verkilt.

Welke kant het opgaat, is niet te zeggen. Dat auteurs en uitgevers en producenten iets moeten met AI, ook in hun contracten, is onontkoombaar. In deze blog geef ik een aantal tips die leiden tot een aantal modelartikelen. De auteurs waar ik hier vooral aan denk kunnen teksten of scenario’s schrijven. In principe kunnen de artikelen worden toegepast bij alle contracten tussen een auteur en degene die het werk van de auteur wil exploiteren.

1. gebruik van AI

Partijen moeten duidelijk maken hoe om te gaan met het feitelijk gebruik van AI. Er zijn meerdere smaken. Partijen kunnen er voor kiezen dat de auteur AI mag gebruiken. Ter inspiratie bijvoorbeeld. Zo’n artikel kan dan luiden: “De auteur zal door AI gecreëerd werk kunnen gebruiken, mits dat de auteur dat alleen ter inspiratie doet.”  Die bepaling behoeft een nadere toelichting denk ik. In mijn visie betekent “ter inspiratie” dat losse elementen uit de AI output of wellicht een onderliggende idee kan worden gebruikt, maar niet dat de auteur hele op zich auteursrechtelijk relevante delen van de AI output kan overnemen. Daarom ligt het voor de hand nog een zin toe te voegen: “De auteur zal in dat verband zich inspannen geen delen van door AI gecreëerd werk overnemen die werken in de zin van de Auteurswet zouden zijn, indien deze gemaakt zouden zijn door een menselijke auteur.”

Partijen kunnen natuurlijk ook afspreken dat de auteur geen AI mag gebruiken. De vraag is wel wat precies het doel van zo’n bepaling is. Als het doel is een pure creatie te bewerkstelligen, een creatie die alleen uit het brein van de auteur komt zonder dat deze mede is gevormd door de AI, moet men bedenken dat iedere auteur inspiratie opdoet bij de werken van anderen. Ieder mens en diens gedachten, is een optelsom van de input van anderen. Waarom dat niet ook de AI kan zijn (die ironisch genoeg ook zelf de output is van de input van velen), is mij niet duidelijk. Een verbod tot het gebruiken van AI, is niet geworteld in een logica die ik kan volgen.

Spiegelbeeld daarvan is een eventuele verplichting van de auteur om AI te gebruiken. De discussie daarover raakt aan de kern van het werk van de auteur. Je kunt je voorstellen dat gebruik van AI leidt tot een snellere oplevering en daarmee, omdat het de auteur minder tijd kost, leidt tot een voor de opdrachtgever gunstiger prijs kwaliteit verhouding. Dit is wel een glibberig pad met een onbekende bestemming. Immers een gunstiger prijs-kwaliteit verhouding, betekent in de kern een lager honorarium voor de auteur. Als het werk verschuift van schrijven naar redigeren van AI werk, daalt het totale honorarium sowieso dramatisch. Voor de uitgever/producent ligt er het risico dat, gegeven het verplichte gebruik van AI output, de auteur wellicht in de verleiding komt te zwaar op AI te leunen. Dan levert de auteur een werk op dat ruikt naar AI en wellicht niet tegen het overnemen door derden kan worden beschermd. Immers: dat wat de AI heeft geschreven is niet auteursrechtelijk beschermd.

De scenarioschrijvers zagen het risico voor hun fees ook en hebben in hun CAO afgesproken dat een auteur (scenarioschrijver) nooit verplicht kan worden AI te gebruiken. Al zijn er ook andere reden om dat niet te verplichten: bijvoorbeeld omdat het gebruik van AI wordt ervaren als een aanval op een creatief proces dat zozeer onderdeel uitmaakt van het werk van de scenarist, dat het in de kern een aanval op het beroep zelf is. En het is precies de bescherming van dat beroep waarvoor hun vakbond is opgericht.

Partijen kunnen als ze de auteur niet willen verplichten tot het gebruik van AI, opnemen: “De auteur zal nooit gehouden zijn gebruik te maken van AI.”

2. auteursrechten en AI

Het werk van de auteur kan gebruikt worden om een AI te trainen. Ook dit was een reden voor de Amerikaanse schrijversvakbond om te gaan staken. De vrees dat de scripts van hun leden gebruikt zouden worden om een AI te trainen die hen vervolgens overbodig zou maken.

Partijen kunnen afspraken over het gebruik van het werk van de auteur voor AI training maken. Daarbij geldt wel dat een AI die rechtmatig toegang krijgt tot het werk van de auteur geen toestemming nodig heeft om dat werk te gebruiken om zichzelf te trainen. Anders gezegd: het is niet de uitgever of de producent die een licentie geeft aan de AI maar het zijn deze partijen die in actie moeten komen om te voorkomen dat de AI met het materiaal traint.

Als partijen niet willen dat het werk wordt gebruikt voor datamining en AI training, moeten ze dat namelijk ondubbelzinnig vermelden bij het werk. Zie ook mijn artikel daarover. Dat betekent dat als de auteur niet wil dat diens werk gebruikt wordt voor AI training, hij met de uitgever/producent moet  afspreken dat deze telkens de betreffende mededeling doet. Een en ander conform artikel 15 o Auteurswet. En desgevraagd in rechte een verbod tot dat gebruik afdwingt als AI zich daar niet aan houdt. Waarbij denk ik zou moeten gelden dat er bij een optreden in rechte een redelijke kosten-baten afweging mag worden gemaakt waarbij slagingskans en bewijspositie meegenomen worden.

Bijvoorbeeld:

De uitgever/producent draagt ervoor zorg dat hij zich het auteursrecht conform artikel 15 o Auteurswet voorbehoudt en legt die verplichting ook op aan ieder van zijn rechtverkrijgenden.”

Bij een besluit over handhaving bij een auteursrechtinbreuk in verband met datamining, maakt de uitgever/producent een redelijke afweging tussen het belang van de inbreuk en de kosten van handhaving, waarbij de kans op succesvolle handhaving wordt meegewogen. Indien er sprake is van de mogelijkheid een vordering in te laten stellen mede namens derde rechthebbenden, zal de uitgever/producent daar zoveel mogelijk gebruik van maken.

3. risicoverdeling en vrijwaringen bij AI

Nu komen we bij en wat stekeliger onderwerp. Waar ligt het risico als er iets misgaat en het werk van de auteur inbreuk maakt op de rechten van anderen? In veel van de huidige standaardovereenkomsten is de auteur aansprakelijk en vrijwaart deze de uitgever/producent voor het geval diens werk niet oorspronkelijk is en inbreuk blijkt te maken op dat van een derde. Dat is ook logisch: het bewust overnemen van het werk van een ander zodanig dat er een inbreuk op de rechten van die ander ontstaat, dient voor rekening van de auteur te blijven. Dat betekent overigens niet dat er geen sprake kan zijn van onbewuste overneming die tot een auteursrechtinbreuk leidt. Alleen is het risico daarop in de praktijk niet zo groot volgens mij. Dat wil zeggen: er zijn vaak terugkerende motieven in de werken van auteurs te vinden, een soort inhoudelijke mode, die op onbewuste ontlening kan lijken, alleen leiden die gezamenlijke motieven zelden tot nooit tot een echte inbreuk op de auteursrechten van een ander. Immers, ter herinnering, de onderliggende ideeën worden niet beschermd door het auteursrecht en het zijn vaak die niet beschermde ideeën, motieven, die onbewust hun plek vinden in het werk van anderen.

In deze AI tijd is dat alles niet zo simpel. Zeker niet als partijen afspreken dat de auteur AI kan inzetten.Een AI is onvoorspelbaar en kan heel wel grote delen van het werk van een ander reproduceren zonder dat de auteur dat weet. Ook zonder dat de AI dat bewust doet trouwens: een AI is ondoorgrondelijk en nog veel meer maar heeft geen bewustzijn.

Mij lijkt dus dat de standaardregeling die het risico van ontlening bij de auteur legt, dient te worden genuanceerd. In dat verband kan het geen kwaad dat de auteur de prompts en de output van de AI bewaart. Zodat de auteur kan aantonen dat hij de AI heeft gevolgd en er dus geen sprake is van een bewuste inbreuk.

Bijvoorbeeld: “De auteur is aansprakelijk als zijn werk inbreuk maakt op de rechten van anderen. Indien de auteur AI gebruikt, wordt de output van de AI geacht geen inbreuk te maken op de rechten van anderen. Doet die output dat toch, is de auteur daarvoor niet aansprakelijk.” Uiteraard kunnen partijen nog een beperking van de aansprakelijkheid afspreken. Ik zou het wel redelijk vinden (en in de praktijk zien we dat ook vaak) als die beperkt zou worden tot het bedrag van de opdracht bijvoorbeeld.

Verder geldt hier nog dat als partijen afspreken (conform het eerste model artikel) dat de auteur de output van de AI altijd zo moet bewerken dat hij geen “werk” van de AI overneemt, er in principe er geen inbreuk kan zijn van de AI op de rechten van de derden. Hoe de verhouding tussen die twee artikelen precies vorm moet worden gegeven, is een kwestie van onderhandelen. Ik ben geneigd te zeggen dat ik het redelijk zou vinden als dit artikel voor zou gaan boven de verplichting de output van de AI zo aan te passen dat de auteur geen “werk” overneemt. Vooral omdat het bepalen van waar de grens ligt tussen een idee en een werk erg ingewikkeld is. Dat betekent dat het eerste model artikel vooraf zou moeten worden gegaan door de woorden: “Onverminderd het bepaalde in artikel XX (verwijzing naar dit model artikel), etc”.

In een volgende blog zal ik verder ingaan op de rol van de AVG (GDPR) en privacy in de relatie tussen contract en AI.

 

noAI

Niet gebruiken voor datamining

Auteursrecht voorbehouden

 

04 oktober 2023 - AI, Contractenrecht, ICT recht

About Jetse Sprey

Jetse is aan ons kantoor verbonden als legal counsel. Hij vindt oplossingen in plaats van problemen en is telkens weer in staat om impasses te doorbreken. Hij zegt wat hij ergens van vindt en niet wat hij denkt dat zijn cliënten willen horen.

Hij schrijft scherpe contracten die goed te lezen zijn. Hij heeft veel ervaring met Blockchain en onderneemt daar zelf in. Hij schrijft processtukken en adviezen die overtuigen. Hij weet veel van intellectueel eigendom, privacy en ondernemingsrecht.

Meer over Jetse Sprey