5 min Leestijd

De KvK voor het gerecht

Alle ondernemingen en rechtspersonen in Nederland moeten ingeschreven staan in het Handelsregister. Daar wordt essentiële zakelijke informatie in opgeslagen, zoals jaarrekeningen. Wanneer je met iemand in zee gaat (of althans, wil gaan), kun je het Handelsregister raadplegen om na te gaan of het betreffende bedrijf betrouwbaar is. Handig! Het bijhouden, beheren en beschermen van deze databank is de voornaamste taak van de Kamer van Koophandel (KvK), vastgelegd in o.a. art. 3(1-2) en art. 4(2) van de Handelsregisterwet. Dat gaat onder meer om duizenden mutaties per dag. Nu zijn er ook andere partijen die op grote schaal werken met het Handelsregister: Aanbieders van bedrijfsinformatie. Het gaat om bedrijven die de data in het Handelsregister verrijken of verder analyseren en vervolgens aanbieden aan gemeenten, ministeries, provincies, financiële instellingen, advocatenkantoren, etc. De meerwaarde zit hem dan bijvoorbeeld in het toevoegen van bedrijfsnieuws, sancties en analyses mbt. kredietwaardigheid. Nog handiger!

Bijna een derde van de omzet van de KvK komt uit het verkopen van de data in het Handelsregister aan dit soort bedrijven. Maar nu zijn deze bedrijven ontevreden: Ze slepen de KvK voor de rechter omdat deze het databankenrecht zou misbruiken om het Handelsregister te monopoliseren. Dit doen ze vanuit een vereniging van vijf bedrijven, de Vereniging voor Zakelijke B2B Informatie (VVZBI), die normaliter met elkaar concurreren. De discussie woedt al jaren: Ligt de regie over het Handelsregister bij de KvK of is het voor iedereen vrij te gebruiken? Niet bepaald verrassend dat voor de KvK de voorkeur bij de eerste optie ligt. De afgelopen jaren is de KvK ook zelf begonnen met het leveren van bedrijfsinformatie, vandaar de poging om het Handelsregister af te schermen van commerciële partijen. 

Sinds 1 januari stelt de KvK strengere eisen aan het gebruik van deze gegevens, naar eigen zeggen om de privacy van ondernemers te beschermen en oneigenlijk gebruik tegen te gaan. Volgens de KvK hoort dit bij hun taak om de kwaliteit van de gegevens in het Handelsregister te waarborgen, zonder de openbaarheid van het register of het hergebruik van de gegevens te beperken. Dit is onder andere gebaseerd op art. 2(1)(a-b) van de Databankenwet, waarin staat: ‘De producent van een databank heeft het uitsluitende recht om toestemming te verlenen voor […] het opvragen of hergebruiken van het geheel of een in kwalitatief of kwantitatief opzicht substantieel deel van de inhoud van de databank; het herhaald en systematisch opvragen of hergebruiken van in kwalitatief of in kwantitatief opzicht niet-substantiële delen van de inhoud van een databank, voor zover dit in strijd is met de normale exploitatie van die databank of ongerechtvaardigde schade toebrengt aan de rechtmatige belangen van de producent van de databank.’

Klare taal, tot zover. De VVZBI pleit echter dat het beroep op het databankenrecht misplaatst is. Dat heeft te maken met de definities van ‘databank’ en ‘producent’.  Een databank is volgens art. 1(a) Databankenwet ‘een verzameling van werken, gegevens of andere zelfstandige elementen die systematisch of methodisch geordend en afzonderlijk met elektronische middelen of anderszins toegankelijk zijn en waarvan de verkrijging, de controle of de presentatie van de inhoud in kwalitatief of kwantitatief opzicht getuigt van een substantiële investering’. Een producent van zo’n databank is volgens art. 1(b) Databankenwet ‘degene die het risico draagt van de voor de databank te maken investering’. Hier zit hem het probleem: Kan de KvK zich wel als de producent van deze databank rekenen? De kosten van het Handelsregister worden immers betaald door bedrijven (eenmalige inschrijfkosten), door afnemers van informatie en door het ministerie van Economische Zaken. De VVZBI pleit dan ook dat de KvK niet het risico draagt en zich dus niet kan beroepen op de exclusieve rechten van art. 2 Databankenrecht. 

Ook in de Handelsregisterwet zelf staat in art. 21(1): ‘bedoelde gegevens, en de krachtens wettelijk voorschrift gedeponeerde bescheiden kunnen door een ieder worden ingezien’. Ook het verstrekken van uittreksels uit en afschriften van gegevens en bescheiden is een wettelijke taak van de KvK, middels art. 22 Handelsregisterwet. Er bestaat een uitzondering voor persoonlijke documenten zoals genoemd in art. 15a(3), waaronder bijvoorbeeld een kopie van een legitimatiebewijs valt. Dit wordt nog aangevuld in art. 23 Handelsregisterwet, waar wordt aangegeven dat bij algemene maatregel van bestuur beperkingen kunnen worden vastgesteld indien dat ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de personen die in het handelsregister staan ingeschreven is. Kortom: Gevoelige informatie mag beperkt of weggelaten worden bij het verstrekken van uittreksels en afschriften, vanwege privacy. Maar, er staat in de Handelsregisterwet niets over het beperken van het verstrekken van overige gegevens aan derde partijen. Sterker nog, de ‘een ieder’ in art. 21(1) impliceert dat zulk beperken onwettelijk is.

Daarbij komt nog dat de KvK een overheidsinstantie is. Dat betekent dat de Wet hergebruik van overheidsinformatie (WHO) van toepassing is, die is ingevoerd ter implementatie van de Europese richtlijn inzake het hergebruik van overheidsinformatie (2013/37/EU). In art. 3(1) WHO staat: ‘Een ieder kan een verzoek om hergebruik richten tot een met een publieke taak belaste instelling of een onder verantwoordelijkheid van een met een publieke taak belaste instelling werkzame instelling, dienst of bedrijf’. Het lijkt dus vrij duidelijk dat de KvK dit niet zomaar kan beperken. Overigens wordt de Europese richtlijn later dit jaar vervangen met de Europese richtlijn inzake open data en het hergebruik van overheidsinformatie (2019/1024 ), maar voorgenoemde basisbeginsel blijft bestaan. 

Op een uitspraak moeten we nog wachten. Wat de rechter beslist kan grote gevolgen hebben voor niet alleen de KvK en aanbieders van bedrijfsinformatie, maar ook iedereen die het Handelsregister raadpleegt. 

12 januari 2021 - Databankenrecht

About Roland Wigman

Roland Wigman advocaat

Roland is in Nederland de advocaat die het meeste weet van film en van al de contracten (ook ondernemingsrechtelijke) en financieringen die daarbij horen. Hij is dé expert op het gebied van filmauteursrecht.

Die kennis gebruikt hij voor de talloze films waarvoor hij als jurist betrokken is bij het produceren, uitbrengen of in orde maken van de financiering. Nationaal maar ook internationaal.

Meer over Roland Wigman